RMIT Centre for Urban Research RMIT Centre for Urban Research Urban heat x canopy
  • Story
  • Press Kit
  • Quotes
  • FAQ
  • Virtual Interview
  • Media Contact
  • Methods
  • 🌐 EN
    • English
    • Français
    • Italiano
    • Deutsch
    • Nederlands
    • Español

Veelgestelde vragen voor journalisten

🌐 U leest de Nederlandse versie · English · Français · Italiano · Deutsch · Nederlands · Español

Wat hebt u precies gemeten?

Voor elk gebouw in elke stad berekenden we het percentage grondoppervlak bedekt door bomen van 3 meter of hoger binnen een straal van 60 meter. Zestig meter is de afstand waarop onderzoek aantoont dat boomverkoeling effectief is (Ziter et al. 2019). Vervolgens vergeleken we dit met de drempelwaarde van 30–40% boomkroon die de literatuur aanwijst als noodzakelijk voor betekenisvolle verkoeling.

Waar komt de drempel van 30% vandaan?

Meerdere studies tonen aan dat verkoeling door stadsbomen een kritieke massa aan boomkroon vereist — doorgaans 30–40% bedekking binnen 50–100 meter. Daaronder is het verkoelende effect verwaarloosbaar. Belangrijkste referenties: Ziter et al. 2019 (PNAS), Rahman et al. 2020 (Science of the Total Environment). De 30%-drempel wordt ook ondersteund door de 3-30-300-regel voor stedelijke bosbouw.

Welke satellietdata hebt u gebruikt?

Boomkroon: Meta/WRI Global Canopy Height met 1 meter resolutie (beelden uit 2020). Oppervlaktetemperatuur: Landsat 9 met 30 meter resolutie, vastgelegd tijdens gedocumenteerde hittegolfgebeurtenissen. Gebouwcontouren: nationale kaartdiensten (IGN BD TOPO voor Frankrijk, Overture Maps voor overige landen). Inkomen: nationale censusproducten op het fijnste beschikbare rasterniveau (200m voor Frankrijk, LSOA voor het VK, 100m voor Duitsland).

Waarom is de boomkroondata uit 2020?

De Meta/WRI Global Canopy Height-dataset gebruikt satellietbeelden uit 2020, gecombineerd met GEDI LiDAR. Het is de hoogste-resolutie vrij beschikbare boomkroondataset ter wereld. Er zal sindsdien wel enige boomplanting en -verlies hebben plaatsgevonden, maar het algehele patroon van boomkroonverdeling verandert langzaam.

Waarom 60 meter en niet een andere afstand?

Ziter et al. (2019) toonden aan dat het verband tussen boomkroon en luchttemperatuurverkoeling het sterkst is binnen een afstand van circa 60–100 meter. Voorbij die afstand domineren andere factoren. Wij gebruikten 60m als conservatieve buffer.

Is oppervlaktetemperatuur hetzelfde als luchttemperatuur?

Nee. Landsat meet de oppervlaktetemperatuur van het aardoppervlak (LST), niet de luchttemperatuur. LST is doorgaans hoger dan de luchttemperatuur en ruimtelijk variabeler. Het relatieve patroon — welke gebieden heter zijn dan andere — is echter robuust en correleert goed met luchttemperatuurverschillen.

Welke hittegolf leggen de oppervlaktetemperatuurgegevens vast?

Voor de meeste steden de hittegolf van juni–juli 2026 zelf: Landsat-beelden vastgelegd binnen enkele dagen na de lokale piek — Frankrijk van 21 tot 26 juni; Duitsland, Italië, Spanje, Griekenland en Portugal van eind juni tot begin juli. Britse steden gebruiken beelden van eind mei 2026 van de recente recordbrekende voorjaarshittegolf. Enkele steden zonder heldere 2026-overkomst behouden eerdere beelden — Leeds (juli 2024), Liverpool en Newcastle (september 2023) — en Berlijn gebruikt een compositie van juli 2025, omdat de overkomsten van juni 2026 te bewolkt waren. Omdat het ruimtelijk patroon van hitte-eilanden stabiel is tussen hittegolven, blijven de kaarten representatief, ook voor die paar steden. Oppervlaktetemperaturen zijn hoger dan de luchttemperatuur, dus deze waarden liggen boven de gevoelde luchttemperaturen.

Kan deze analyse onjuist zijn?

De voornaamste onzekerheden zijn: (1) de boomkroondata is uit 2020, dus recente aanplant of kap wordt niet meegenomen; (2) de Landsat-oppervlaktetemperatuur heeft een resolutie van 30m, dus er wordt gemiddeld op wijkniveau; (3) het aantal gebouwen omvat ook niet-residentiële gebouwen. Geen van deze onzekerheden verandert de kernbevinding: de overgrote meerderheid van stedelijke gebouwen heeft onvoldoende boomkroon in de nabijheid.

Waarom zijn armere wijken heter?

Dit is een wereldwijd goed gedocumenteerd patroon. Wijken met lagere inkomens hebben doorgaans minder groen, meer verhard oppervlak, dichtere bebouwing en minder investeringen in straatbomen. Dit creëert een zichzelf versterkende cyclus: minder boomkroon betekent hogere temperaturen, wat het gebied minder aantrekkelijk maakt, wat de investering in groen verder vermindert.

Wat zouden steden moeten doen?

Drie dingen: (1) Bescherm bestaande volwassen bomen — zij leveren nu het verkoelende werk en zijn tientallen jaren lang niet te vervangen. (2) Plant strategisch in de buurt van woningen, niet in parken die mensen niet kunnen bereiken — de straal van 60 meter is cruciaal. (3) Herstel de bodem — verharde, verdichte grond levert gestresste bomen op die slechts een fractie van de verkoeling bieden van gezonde bomen. Voor een gedetailleerde bespreking van deze drie obstakels en het ondersteunende bewijs, zie ons open-access artikel in Nature Communications.

Mag ik uw kaarten en data gebruiken?

Ja. Alle kaarten zijn beschikbaar in hoge resolutie op de Perskit-pagina. De interactieve dataverkenners kunnen via iframe worden ingebed — kopieer de meegeleverde embed-code. Wij vragen om bronvermelding: Croeser, Rahman & Ghosh (2026), Nature Communications.

Met wie kan ik spreken voor lokale context?

Lokale academici op het gebied van stedelijke bosbouw zijn het best geplaatst om lokaal commentaar te geven. Wij raden aan contact op te nemen met het stadsbestuursteam voor stedelijke vergroening of klimaatadaptatie, of met een lokale universiteitsafdeling geografie/planologie. Wij kunnen op verzoek de specifieke data en kaarten voor elke stad in het onderzoek leveren.

 

RMIT Centre for Urban Research
Unpublished analysis by Dr Thami Croeser, June 2026